Burgerlijke aansprakelijkheid voor vrijwilligers

De verzekeringsplicht van de vrijwilligersorganisaties is geregeld in artikel 6 van de vrijwilligerswet en geldt voor elke organisatie waarvoor de specifieke aansprakelijkheidsregeling voor vrijwilligers van toepassing is.

Wat houdt de verzekeringsplicht in?

De wet verplicht een verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid (BA), tot dekking van de risico’s met betrekking tot het vrijwilligerswerk, voor ten minste de organisatie. Als de organisatie (= de vrijwilliger) een fout maakt, die schade veroorzaakt aan derden, zal de verzekering de schade moeten vergoeden.

De wet verplicht ook dat de vrijwilligers verzekerd zijn, zowel tijdens de uitvoering van hun activiteiten, als tijdens de verplaatsingen uitgevoerd in het kader daarvan.

Aansprakelijkheid

Een vrijwilliger is niet burgerlijk aansprakelijk voor de schade die hij veroorzaakt bij het verrichten van vrijwilligerswerk behalve in geval van
– bedrog
– zware fout
– eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomende lichte fout
– schade die hij zichzelf toebrengt.
Voor alle andere schade is de vrijwilligersorganisatie (feitelijke vereniging, of rechtspersoon) burgerlijk aansprakelijk.

Artikel 6 van de vrijwilligerswet

§ 1.
De organisaties die krachtens artikel 5 burgerlijk aansprakelijk zijn voor de schade die een vrijwilliger veroorzaakt, sluiten tot dekking van de risico’s met betrekking tot vrijwilligerswerk een verzekeringscontract, dat ten minste de burgerlijke aansprakelijkheid van de organisatie dekt, met uitzondering van de contractuele aansprakelijkheid.
§ 2.
De Koning kan voor de categorieën van vrijwilligers die Hij bepaalt, de dekking van het verzekeringscontract uitbreiden tot:
1° de lichamelijke schade die geleden is door vrijwilligers bij ongevallen tijdens de uitvoering van het vrijwilligerswerk [of tijdens de verplaatsingen die in het kader daarvan worden gedaan en tot de ziekten die zijn opgelopen als gevolg van het vrijwilligerswerk];
2° de rechtsbijstand voor de onder § 1, [1°, 2°]en § 2, 1°, genoemde risico’s.
§ 3.
De Koning stelt de minimumgarantievoorwaarden vast van de [verplichte] verzekeringsovereenkomsten tot dekking van het vrijwilligerswerk.
§ 4.
De gemeenten en provincies informeren de organisaties over de verzekeringsplicht. De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad nadere regels vaststellen ter uitvoering van deze paragraaf.
§ 5.
Aan de organisaties wordt de mogelijkheid geboden zich, tegen betaling van een premie, aan te sluiten bij een collectieve polis die voldoet aan de in § 3 bedoelde voorwaarden. De Koning bepaalt daartoe de regels.